Katjapoeri, Kingali en stroopwafelkoeken zonder BTW, deel 2

Door l0n3w012ph op maandag 4 juni 2012 19:19 - Reacties (7)
Categorie: -, Views: 4.775

De volgende dag liep ik naar de lift om naar de hoogste etage van het hotel te gaan waar het restaurant gevestigd was voor het ontbijt. Een vrij zure dame die weliswaar krampachtig probeerde vriendelijk te lachen vroeg mij naar mijn kamernummer voor het ontbijt. Nadat ik dat gezegd had, werd mij doodleuk in slecht Engels medegedeeld dat het ontbijt er niet bij in zat. Geweldig... Na het betalen van 45 Georgische Lari, omgerekend 17 Euro, kon ik aan mijn ontbijt beginnen. Voor 17 Euro had ik de hele ontbijt tafel eigenlijk moeten kunnen leeg eten maar dat lukt natuurlijk nooit dus was dit ook meteen de laatste keer dat ik in het hotel zou ontbijten, nam ik mezelf voor. Ton kwam iets later en nam voor hetzelfde bedrag een kop koffie en een croissant. Ook hij was er snel uit: geen ontbijt meer. Gelukkig werd dit door de gastvrijheid van onze Georgische collega's tussen de middag meer dan goed gemaakt.

Stipt op tijd kwamen David en Aleko ons ophalen bij het hotel. Aleko's auto, een Skoda Octavia, was een prima vervoermiddel tussen alle wrakken in het overige verkeer. Het zal wel een kwestie van wennen zijn en het feit dat het overdag was want alles was opeens niet zo angstaanjagend meer hoewel het verkeer niets vreemder en chaotischer was dan de avond ervoor. Na een vrij lange rit langs allerlei compleet vergane oude Sovjet flats en alomaanwezige armoede kwamen we aan bij het hoofdkantoor van de Georgian Financial Police. Ik waande mij per direct in de map Bloc uit Call of Duty 4. Wat een gelijkenis had de lange lage flat ernaast: overal kapotte ramen, vervallen beton en een half kapot dak. Ik verwachtte bijna ieder moment een sniper te zien met een Dragunov rifle maar hier woonden dus gewoon mensen in...

http://img820.imageshack.us/img820/2456/dscn1470d.jpg

Het gebouw van de Financial Police zag er vanaf de buitenkant nog redelijk uit maar na een sigaret te hebben opgestoken en het gebouw in te zijn gelopen, kwamen we toch weer van een koude kermis thuis. Aftands, oud en lelijk van binnen. De lift namen we maar beter niet was het advies maar de stenen trappen waren ook geen pretje. Want als je namelijk zoals ik naar boven moet lopen over werkelijk totaal ongelijke betonnen traptreden, met twee knieŽn waarvan de ene net voorzien is van nieuwe kruisbanden en de andere knie nog steeds twee losse kruisband uiteinden van binnen heeft, wordt je niet blij. Iedere trede omhoog was het opletten geblazen of je niet teveel of juist te weinig kracht zette. Eenmaal op de derde etage aangekomen liepen we naar het leslokaal. Een vrij klein lokaaltje en ja, er was zowaar een beamer! Gelukkig dus niet al die presentaties voor niks gemaakt. Koffie was er wel maar altijd oploskoffie maar dat deerde me niet, het was er en dat was het belangrijkste. Overal in de gangen stonden asbakken en ook hier werd weer volop gerookt door de cursisten die langzaam binnendruppelden.
Na enige tijd stonden wij in onze pakken tussen alle cursisten van de Georgische Fianancial Police en dan besef je meteen dat je het nog niet zo slecht hebt. Kleren zoals pantalons, overhemden, colbertjes, spencertjes en vestjes uit de jaren zeventig en zag ik dat nu goed? Ja, het was toch echt zo. Een van de cursisten had een donkerblauwe spencer aan met een klein geel logotje erop met twee pijlen in tegengestelde richting. Het was een oude spencer van de NS! Met alle vertraging die ik bijna dagelijks mee maak kreeg ik bijna een hekel aan hem. Uitzicht naar buiten was er via stenen tralies en ik zag nog meer van die oude vervallen Sovjet flats. Grauw en levenloos en dat stond in ieder geval in schril contrast met de opgewektheid en nieuwsgierigheid van de cursisten. Van de ongeveer twintig cursisten probeerden er een vijftal wat contact te maken en dat ging meer met handen en voeten dan met behoorlijk Engels. "Verstaan die me zo dadelijk wel als ik presenteer", dacht ik nog. Maar daar was op gerekend.

http://img822.imageshack.us/img822/5101/dscn1435bc.jpg

http://img18.imageshack.us/img18/4097/dscn1464f.jpg

Want lesgeven en presenteren in GeorgiŽ is iets absoluut unieks. Niets had mij hierop kunnen voorbereiden want nadat wij onze van Schiphol meegebrachte Nederlandse stroopwafels op tafel hadden gezet en die meteen zeer gretig aftrek vonden, begon Ton aan zijn eerste verhaal over BTW-fraude. Het kennisniveau van de collega's aldaar lag op een redelijk peil maar intra-communautaire transacties, iets dat zij zullen moeten kennen willen zij straks eventueel toetreden tot de EU, was nog nieuw en de BTW op de stroopwafels diende als een prima voorbeeld. Maar na elke zin moest eerst de vrouwelijke tolk tussenbeide komen om het te vertalen in het Georgisch want Engels kennen ze niet of nauwelijks. Nu is dat normaal gesproken natuurlijk geen probleem als dat redelijk een op een loopt maar na iedere vertaling van de tolk kwam het Zuid-Russische temperament naar boven. Een storm aan onverstaanbare woorden brak los uit de hele zaal na elke vertaling en voor je weer aan je volgende steekwoord op je slide wilde beginnen moest eerst dat temperament worden getemperd en was je soms vijf minuten verder.
In Nederland is het niet meer dan normaal dat je je mobiele telefoon uitzet bij een vergadering of presentatie. In GeorgiŽ dus niet. Die laat je niet alleen aan staan maar neem je ook doodleuk op en natuurlijk praat je dan tijdens de presentaties in je telefoon over van alles en nog wat. En uiteraard doe je dat ook niet zachtjes. Ik had ook al gezien dat sommige van onze buitenlandse collega's gewoon gewapend in de klas zaten. Sommigen droegen die gewoon in een holster aan de heup en bij anderen was de bolling van de schouderholster onder hun colbertje goed te zien. Toen voor de zoveelste keer plotseling weer een telefoon ging, stormden er opeens vier man naar buiten waarbij meteen de handen naar de wapens gingen. Vreemd? Heel vreemd! Een uur later kwamen ze doodgemoedereerd weer naar binnen lopen en namen weer plaats. Wat er was? Nog steeds geen idee.

Na twee lange presentaties over BTW-fraude en offshore companies (er waren er drie gepland maar door het vertalen en de reacties kwamen we daar niet eens aan toe) was het tijd voor de lunch. Het restaurant lag aan de overkant van de weg. Ook hier wilde men in eerste instantie met de auto naar toe. Dat werd ons toch echt te gek maar het kostte toch heel wat overredingskracht om ze ervan te overtuigen dat dit toch wel iets teveel van het goede was. We gingen wandelen. Wandelen in Tbilisi, en GeorgiŽ in het algemeen, is iets waarbij je constant moet opletten want trottoirs zijn eigenlijk stukken beton die vol met gaten en scheuren zitten. Langs de kant van de weg zie je overal de onvermijdelijke bloemenkiosk. Door de Georgische collega's werd ons verteld dat die heel belangrijk zijn. Let er altijd op dat als je bloemen aan iemand geeft je een oneven aantal koopt! Een even aantal geef je bij begrafenissen of andere minder leuke gebeurtenissen. Iemand een even aantal bloemen geven bij een leuke gebeurtenis staat gelijk aan: ik hoop dat u binnenkort het loodje legt. Not done dus!

In het vliegtuig liet Ton me een boekje zien van Jelle Brandt Corstius, getiteld "Rusland voor gevorderden". Ik heb me dit boekje na deze reis onmiddellijk aangeschaft omdat mijn interesse en fascinatie was gewekt voor dit land en Rusland in het bijzonder. Veel van de dingen die hij beschrijft, zoals de bloemenkiosk, ben ik daar tegengekomen. Zo is eten in een restaurant in GeorgiŽ ook weer een belevenis op zich. Toen wij in het restaurant aankwamen waren wij de enigen voor de lunch. Toch liepen er maar liefst zes mannelijke en vrouwelijke obers rond. Volgens Brandt Corstius is dit een reliek uit de sovjettijd maar ik heb me er hogelijk over verbaasd. Het is namelijk heel vreemd als je constant door die obers wordt aangestaard bij iedere beweging die je maakt. Voordat de menukaart kwam, werden er eerst een aantal asbakken op tafel gezet. Ook in restaurants mag je dus nog overal roken daar. Nadat de onvermijdelijke katjapoeri op tafel werd gezet was het daarna tijd voor kingali. Dat zijn kleine stukjes vlees of paddestoelen met een laagje meel erom heen. Die moet je dan vervolgens ook weer op de Georgische manier eten: een puntje eraf bijten, dan het sap eruit zuigen en vervolgens mag je het verder opeten. Probleem is alleen dat je door de katjapoeri al zo vol zit dat de kingali bijna overbodig is. Tel daar nog eens een Georgische bonensoep bij op en je hebt koolhydraten voor een week binnen.
In Nederland kun je tussen de gangen door rustig even zitten en komen de obers na een minuut of tien eens langs om je bord weg te halen. Niet in GeorgiŽ. Zo gauw je klaar bent met eten wordt je bord weggehaald en vervangen door een andere. Daar werd ik nogal nerveus van en je probeert dan op zo'n moment uit alle macht te laten zien dat je nog aan het eten bent dus ik legde gewoon nog maar een kingali op mijn bord.

Na de lunch was het mijn beurt om faillissementsfraude en rechercheren op online communities te presenteren. Hoewel de reacties in eerste instantie waren dat er geen faillissementsfraude plaatsvond in GeorgiŽ, werd dat snel bijgesteld nadat ik een aantal voorbeelden gaf. Natuurlijk ging ook dit niet zonder veelvuldige en lange onderbrekingen voor vertalingen en reacties. Online communities was een andere zaak. Dat hadden zij ook. Zij gebruikten hiervoor odnoklassniki, een Russische online community maar het probleem daarbij was dan wel weer dat het aantal internet gebruikers niet groot was. Als het meest gebruikte type mobiele telefoon de Nokia 3110 is, is dat denk ik niet verwonderlijk.
Plotseling ging de deur van het leslokaal open en kwam de directeur van de Georgische Financial Police binnen. Wat er toen gebeurde deed me denken aan verhalen van oud collega's over hoe vroeger de inspecteurs binnen onze dienst benaderd werden. Iedereen sprong op en groette de directeur tot slechts een handgebaar van hem duidelijk maakte dat iedereen weer kon gaan zitten. Na de presentatie werden we uitgenodigd om samen met een een van de Georgische collega's hem bij te praten in zijn kamer over een andere fraudevorm. Die collega was er uiteraard om alles te vertalen want ook hij was de Engelse taal niet machtig. Na afloop liepen wij weer richting de deur maar onze Georgische collega liep achterwaarts de kamer uit zonder ooit zijn rug de directeur toe te keren en nog een paar keer netjes te knikken. De deur werd door hem zo zachtjes gesloten dat het niet hoorbaar was.

Rond een uur of vijf werden wij door het nog drukkere verkeer in Tbilisi naar ons hotel gereden. Na me enigszins te hebben opgefrist en mijn pak te hebben vervangen voor normale spijkerbroek en T-shirt was het tijd om te eten. Daarvoor moesten we dan wel een taxi nemen. Het was al donker en tel daarbij mijn ervaringen van de vorige dag bij op en dus stond ik niet bepaald te springen om een taxi. Lopen was nu echter te ver voor een restaurant in de stad. De receptie verzekerde ons dat er wel taxi's voor het hotel zouden staan en dat was ook zo. Er stond er welgeteld ťťn. We hadden dus weinig andere keuze. Had ik die wel gehad dan was het de andere taxi geworden want erger dan dit kon volgens mij niet. Nadat ik na lang kijken me ervan overtuigd had dat dit toch wel een Ford Scorpio moest zijn (geweest?) stapten we in. Uiteraard mochten we roken binnen maar dat was ook niet zo vreemd omdat de ramen niet meer werkten en standaard open waren. De bekleding binnen en carosserie buiten hing op sommige plekken met ducttape aan elkaar. De weg vanaf de parkeerplaats van het hotel naar de hoofdweg liep heuvelaf. Tevergeefs probeerde hij de auto te starten, dus bedacht hij toen maar om zijn portier te openen, de handrem eraf te halen, half in en uit de auto te hangen en met zijn linkervoet af te zetten om de auto in beweging te krijgen. Dat lukte en terwijl wij naar beneden rolden, ramde hij de versnellingpook in de eerste versnelling, liet de koppeling opkomen en gelukkig sloeg de auto aan. Het kon dus nog erger. Meteen daarna bleek dat de lampen niet werkten dus we reden door het drukke verkeer zonder enige vorm van verlichting. En weer kon het dus nog erger. Of moest ik gewoon het lage verbazingsgehalte weer voor ogen houden?

http://img440.imageshack.us/img440/3002/dscn1445bewerkt.jpg

Na ons naar de hoofdstaat, Rustavelli street, te hebben gebracht, wist ik ťťn ding zeker. Ik moest uitvinden welk vervoermiddel hier veilig was. De kosten voor zo'n taxi zijn dan weer lachwekkend want dat kun je zelf bepalen want op de vraag hoeveel we schuldig waren kwam slechts een schouderophalen en een "aaahhh". "Aaahhh" zal wel niet veel zijn dacht ik en 10 Lari was inderdaad voor hem voldoende. De kip Kiev was redelijk maar de capuccino daarna was echt weer iets bijzonders. Als je zoals Ton in je vrije tijd hobby-kok bent verwacht je in ieder geval een goede espresso met opgeklopt schuim erop. Koffie is in GeorgiŽ echter overal oploskoffie en hier zat sowieso te weinig oploskoffie in en bovenop die waterige koffie zat een of ander bruin laagje dat de melkschuim moest voorstellen.
Het veilige vervoermiddel diende zich op de terugweg dan wel weer direct aan. We wandelden naar een taxi, een oude Mercedes die er verbazingwekkend goed uitzag voor die leeftijd. De taxi rook fris, de lampen werkten en de chauffeur reed rustig, deed zijn knipperlichten uit en gebruikte zowaar zijn rem. Ik wilde zijn nummer wel noteren voor volgende ritten maar dat kreeg ik hem natuurlijk niet aan het verstand. Toch onthield ik dit en het bleek tijdens latere ritten te kloppen: taxi chauffeurs met een Mercedes rijden rustig in GeorgiŽ. Ze zijn er zuinig op en dus nemen ze minder risico's. Lang leve de Duitse auto industrie. Die heeft me heel wat nerveuze momenten bespaard.

Katjapoeri, Kingali en stroopwafelkoeken zonder BTW

Door l0n3w012ph op zaterdag 2 juni 2012 11:20 - Reacties (7)
Categorie: -, Views: 4.432

Ergens halverweg oktober 2010 ging plotseling mijn telefoon in de trein toen ik op weg was van kantoor Zwolle naar huis. Normaal gesproken neem ik niet eens op aangezien ik een hartgrondige hekel heb aan bellende mensen in de trein en dat anderen ook niet aan wil doen. In de display verscheen echter de naam van Ton, mijn vroegere mentor uit Haarlem waar ik nog steeds goede contacten mee heb dus voor hem maakte ik een uitzondering en ik nam mijn telefoon op.
Wat ik van financieel rechercheren wist, was zijn vraag en of ik dat ook kon presenteren. Voor welk gezelschap was mijn wedervraag. Voor de Georgische Financial Police in Tbilisi en het moet inderdaad in het Engels. Geen probleem was mijn reactie, ik ben weliswaar geen native speaker maar red me er uitstekend mee. Voorlichting geven over faillissementsfraude, accijns- en merkenfraude en rechercheren op social communities werd mijn taak. Tot slot kreeg ik nog een goede raad mee van Ton: "Jaap, in GeorgiŽ moet je een laag verbazingsgehalte hebben". Die uitspraak had ik me in mijn hoofd geprent maar dat die raad soms zo nadrukkelijk naar voren kwam, had ik niet gedacht.
Vijf december was het zo ver. Geen Sinterklaas avond voor mij maar wie maalt daar nu om met zoiets in het vooruitzicht? Twee weken van voorbereiding, presentaties in het Engels verzorgen, vooroverleg met Ton, de e-tickets en boarding passes uitdraaien (ideaal zo via internet) en eindelijk was ik op Schiphol. Ton kwam wat later en meteen staken wij nog een sigaret op. Vliegen via MŁnchen naar Tbilisi duurt toch zo'n 5 a 6 uur dus er moest zeker nog gerookt worden. Op dat moment wist ik nog niet dat ik, ondanks onze geplande aankomsttijd van 4 uur 's-nachts lokale tijd, die (long)schade ruimschoots had kunnen inhalen.
In eerste instantie hadden wij aan doorgegeven om vijf uur 's-middags van Schiphol te willen vertrekken in verband met de overstap tijd op het vliegveld van MŁnchen. Waarom dit zeven uur 's-avonds was geworden is ons nog een raadsel maar dat kwam ons door de Duitse pŁnktlichkeit van Lufthansa duur te staan. Want uiteraard misten wij hierdoor de aansluiting in MŁnchen naar Tbilisi. Op twintig minuten... Het resultaat: het Sheraton MŁnchen voor ťťn nacht en die morgen erop met Lufthansa via Istanbul en dan met Turkish airlines naar Tbilisi. Gelukkig had ik, op aanraden van Ton ("MŁnchen is altijd een crime met de koffers"), mijn lenzenvloeistof en houder en een tandenborstel in mijn handbagage gedaan. Ik ben je eeuwig dankbaar Ton!

De volgende morgen werden we met een pendelbus opgehaald door een enorm chagrijnige Duitse chauffeur. Alles moest "schnell, schnell" en door de sneeuw reden we met veel te hoge snelheid naar het vliegveld. Dat je toiletspullen vervolgens in een plastic zakje moeten als je door de security heen gaat, wist ik wel. Maar dat het op MŁnchen door de terreurdreiging zo erg was? Nee dat niet. Ik ken Ton namelijk als een zeer amicaal en vriendelijk persoon maar toen ook zijn Zippo in de bak van niet toegestane spullen verdween en hij die kwijt was, ontplofte hij bijna. Er moest een nieuwe Zippo komen, en wel meteen! Gelukkig kon ik hem van dat idee af praten en even later stonden we toch weer in een van de glazen rookcabines op het vliegveld. Je voelt je een of andere persoon in een rariteiten kabinet als je in zo'n glazen huis staat. Maar op de een of andere manier voel je je toch sterk met elkaar verbonden. Wij tegen de rest van de wereld! Op het moment van schrijven van dit verhaal bevonden zich drie dj's in een glazen huis in Eindhoven voor Serious request. Zouden zij zich ook zo voelen? Misschien Giel Beelen als ex-roker.
De vlucht vertrok op tijd en ook de aansluiting in Istanbul was dit keer geen probleem. Dus landden wij om vijf uur in de middag in Tbilisi, GeorgiŽ nadat ik mij het laatste kwartier voor de landing had zitten vergapen aan het adembenemend mooie Kaukasus gebergte vanuit het vliegtuig. We hadden nogal onze twijfels over onze koffers aangezien die nu twee keer overgepakt moesten worden en nog een dag zonder fatsoenlijke toiletspullen was geen pretje geweest. Maar tot onze stomme verbazing rolden die bijna als eerste van de band. Vielen dank, Lufthansa.
We zouden opgehaald worden door twee Georgische collega's van de Financial Police (later bleek dat zij nu Investigation Service of Georgia heten) maar natuurlijk waren die er niet door de gewijzigde schema's. Buiten aangekomen was het al bijna donker en de belastingvrije shag werd meteen open gemaakt en na een paar diepe hijsen over de longen keek ik eens naar de langsrijdende taxi's. Een laag verbazingsgehalte. Nou, dat lukte me op dat moment niet. Ik zag taxi's rondrijden over het vliegveld met chauffeurs die hun koppen uit het bijrijders raampje staken en schreeuwden "taxi?". Dat was op zich nog niet zo vreemd maar de auto's des te meer. Als je zoals ik uit een plaats komt waar een vrij grote gemeenschap van woonwagenkampers woont, en je de autowrakken ziet liggen op het kamp, denk je "dit is een Walhalla voor de woonwagen families". Maar hier reed men in die wrakken en men noemde het taxi's. Die nemen we dus niet Ton, was mijn opmerking. We nemen een van die airport taxi's, die zien er nog goed uit. Instappen en sigaret weggooien, althans dat wilde ik. Welnee man, gewoon instappen gebaarde de chauffeur. Roken mag overal dus ook in deze taxi. "Wat een enorm gastvriendelijk land", dacht ik!
Op zich geen verkeerde keuze qua auto maar niets had mij kunnen voorbereiden op Georgische taxi chauffeurs. Je kunt nog beter drie keer opstijgen en landen met vliegtuigen (vliegen, met name de landing, is geen hobby van mij) dan gereden worden door een Georgische taxi chauffeur. Ok, het verkeer speelt ook mee, maar om op een drie- of soms vierbaansweg met 150 - 160 kilometer per uur te razen in het donker terwijl het stervensdruk is op de weg, is geen pretje. De chauffeur was echter stoÔcijns en reed alsof het de normaalste zaak van de wereld is. "Hier ga ik dus dood", was mijn gedachte. Knipperlichten? Kent men niet. De rem? Vindt men zelden. Het midden van de weg? Die houden ze constant aan dus rijden ze gewoon over de strepen en weet je nooit of de auto die voor je rijdt nu naar links of naar rechts gaat. En met 150 kilometer per uur is dat iets dat mij het zweet overal deed uitbreken. Tel daarbij op dat je al twee dagen met hetzelfde ondergoed doet en alles al aan je lijf kleeft. Gelukkig kwamen we na ongeveer twintig minuten in Tbilisi aan. "Daar zal hij wel rustiger rijden". Ik hoor het als het ware mezelf nog denken. Niets is minder waar. Met honderd kilomter per uur scheurden we onder een viaduct door waarachter meteen een kruising opdoemt. Wat er dan gebeurde, tart alles. De chauffeur reed op de kruising af, de rem (die vindt men zelden, weet u nog) werd niet eens aangeraakt en het enige dat deze dolle GeorgiŽr deed was een keer seinen met groot licht dat hŪj er toch wel aan komt en anderen maar moesten wachten. Geen auto's van rechts gelukkig en ook niet van links maar ik had het wel gehad met deze madman. Na nog een kilometer verrees het Sheraton Metechi hotel Tbilisi en konden we uitstappen.
Het hotel was een verademing vergeleken met de grauwe stad waar we net nog door reden. Prima kamers maar nadat ik mij enigszins gesetteld had ging plotseling de kamer telefoon. De receptie: of ik beneden wilde komen omdat er een probleem was met mijn creditcard. Het zou niet de laatste keer zijn dat er iets niet werkte. Weer naar beneden en nadat ik de receptioniste ervan overtuigd had dat een creditcard check nooit werkt als de pin automaat erbij niet werkt, werd alles in het werk gesteld om deze weer te maken. Nadat dit opgelost was, troffen wij de Georgische collega's Aleko en David in de Slammer bar van het hotel. Ook de liaison uit Budapest, was hierbij aanwezig. Na een hartelijke begroeting werden wij uitgenodigd om in het restaurant tegenover het hotel een Georgisch diner te nuttigen. Dit zou slechts een halve minuut lopen zijn geweest. We namen de auto... Lopen is namelijk iets wat men daar niet doet en dit zou niet de laatste keer zijn geweest dat een stuk van 50 meter met de auto overbrugd werd. Dat we daarvoor dan wel meer dan een kilometer door moesten rijden om via de rotonde aan de goede kant van de weg te komen was natuurlijk geen enkel probleem. Later kwam ik erachter dat dit misschien wel de meest veilige oplossing was geweest want het oversteken van straten in Tbilisi staat bijna gelijk aan zelfmoord. Bij aankomst stonden de duurste Mercedessen en Maybachs al voor het restaurant geparkeerd. Het restaurant was ook vol en zat vol met lokale Georgische mafia en de bijbehorende vrouwen. Natuurlijk was dat geen probleem want er werd een zaaltje speciaal voor ons vrijgemaakt en niet lang daarna kwamen de eerste Georgische gerechten op tafel: katjapoeri (een soort Turks brood met kaas middenin), kebab (wel bekend natuurlijk maar nog nooit zo goed gegeten als daar) en nog vele andere Georgische lekkernijen. Ik was er al snel uit: de Georgische keuken is prima. Uiteraard moest er ook Georgische wijn geserveerd worden maar die mag je nooit drinken zonder dat er getoast wordt door de gastheer, in dit geval Aleko. Dat toasten is een bijzondere aangelegenheid. Op alles wordt getoast en en een bijbehorende speech gegeven. En neem ook beslist geen slok wijn tussendoor zonder dat je een speech geeft en toast want dat wordt als een belediging gezien. Als je drie flessen wijn weg wilt drinken in gezelschap snap je wel dat er heel veel getoast werd. En na drie glazen doe je zelf net zo hard mee. Ik snapte de Georgische gebruiken heel snel werd mij medegedeeld. Ik voelde mij gloeien onder het compliment, of was het gewoon door de wijn? Feit is wel dat Georgische wijn vrij zwaar is en aan het eind had ik een knallende koppijn. Na het afscheid was het tijd om weer in de auto te stappen en de 50 mater naar het hotel af te leggen. Moe maar redelijk voldaan stapte ik in mijn bed om de volgende dag aan het echte werk, de presentaties en voorlichting te beginnen.